WALING
advocatenkantoor

Actualiteiten

De Eerste Kamer heeft op 10 november 2015 het initiatiefwetsvoorstel tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering in verband met het opheffen van de strafrechtelijke immuniteiten van publiekrechtelijke rechtspersonen en hun leidinggevers, met slechts 1 stem verschil verworpen.

Daarmee stond, althans voorlopig, vast dat de wetgever de toenmalige stand van zaken in de jurisprudentie niet zou doorkruisen.
Die stand van zaken was en is sindsdien de volgende: strafrechtelijke immuniteit van een openbaar lichaam als bedoeld in H7 van de grondwet (zoals gemeenten, provincies en waterschappen) en hun feitelijk leiding- en opdrachtgevers slechts worden aangenomen als de desbetreffende gedraging naar haar aard en gelet op het wettelijk systeem rechtens niet anders dan door bestuursfunctionarissen in het kader van de uitvoering van de aan het openbaar lichaam opgedragen bestuurstaak kan worden verricht.

Dat heeft de Hoge Raad onder meer bevestigd op 24 september 2013. Het gerechtshof Amsterdam had het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van de gemeente Amsterdam. Die gemeente had toestemming gegeven voor het terugpompen van afvalstoffen in de Probo Koala. Dat was door het gerechtshof aangemerkt als een gedraging ter uitvoering van een aan de gemeente opgedragen exclusieve bestuurstaak en dus oordeelde het hof dat de gemeente strafrechtelijke immuniteit genoot. De Hoge Raad bevestigde dat oordeel en oordeelde dat dat niet anders was voor zover de aan gemeente verweten gedragingen als gedogen van de overtreding zouden moeten worden begrepen.
Dat de Hoge Raad niet van zins is af te wijken van de te dien aanzien geldende status quo, heeft hij herbevestigd in een uitspraak in 2018 op een vordering tot cassatie in het belang der wet van een vonnis uit 2012 van de rechtbank Utrecht in de strafzaak tegen de gemeente Stichtse Vecht. Die uitspraak wordt in het volgende artikel van Dr. mr. Cornélie Waling beschreven: HR bevestigt status quo strafrechtelijke immuniteit van lagere overheden.

De staat geniet in beginsel volledige immuniteit voor strafvervolging.

Het volgende artikel van Dr. mr. Cornélie Waling bevat alle ins en outs van het actuele (strafrechtelijke en bestuurlijke) punitieve overheidsaansprakelijkheidsrecht: Strafrechtelijke aansprakelijkheid van de overheid

Het artikel dat onverminderd actueel is, maakt deel uit van het artikel: “Overheidsaansprakelijkheid anno 2013: de stand van de rechtsontwikkeling; B.J. van Ettekoven, J.E.M. Polak, B.P.M. van Ravels, A.A. van Rossum, B.J. Schueler, M.K.G. Tjepkema, C. Waling en R.J.G.M. Widdershoven, O&A, afl. 2, juni 2013, blz. 49 – 101. De stand van zaken met betrekking tot het initiatiefwetsvoorstel is hierboven vermeld.